“Nasdaq tikt recordstand aan”. Deze kop was vorige week op veel beleggingswebsites leesbaar. De vorige recordstand van de Amerikaanse technologie-index dateert alweer van februari 2000. Tot die tijd begrepen veel beleggers nog niet dat internet vooral een distributienetwerk van informatie is, waarvoor de technische instapdrempel relatief laag was.

Kortom: de bedrijven die beleggers grote omzetten en winsten voorhielden, bleken door kleinere bedrijven en oude bedrijven die op internet instapten, te (kunnen) worden ingehaald. De omzetschattingen van deze hooggewaardeerde bedrijven bleken te hoog. Dus keken beleggers naar de kosten en schulden van deze eerste internetreuzen. De dot.com-ondernemingen die kosten en schulden niet snel genoeg konden terugschroeven, werden op de beurzen verkocht. De bubbel knapte, de beurzen daalde. Vanzelfsprekend kreeg de technologie-zware Nasdaq flinke dalingen te verwerken. In augustus 2002 bereikte de Nasdaq zelfs het laagste punt in vele jaren.

Had u in die eerste maanden van deze eeuw 10.000 euro in de Nasdaq belegd, dan had u in de zomer van 2002 nog maar 2.368 euro over. Na tussentijdse stijgingen en dalingen heeft de index onlangs weer het niveau van begin deze eeuw aangetikt. Reden voor beleggers om zich af te vragen of deze top wéér gevolgd gaat worden door een daling. Maar een antwoord is niet te geven; Een crash op de financiële markten kenmerkt zich namelijk als iets wat de meerderheid van de beleggers niet voorziet. Verstandiger is het dan ook, om er vanuit te gaan dat niet álle beleggers volledig geïnformeerd kunnen zijn. En juist dáár zit het risico.

Een crash op de financiële markten kenmerkt zich als iets wat de meerderheid van de beleggers niet voorziet.

Veel experts wijzen er op dat veel van de bedrijven in de Nasdaq nu wél winst maken. Daarnaast is een deel van die Nasdaq/bedrijven dusdanig groot en dominant, wat het de start en groeien van concurrenten bijna onmogelijk maakt. Maar laat u geen zand in de ogen strooien: er zijn wel ándere factoren die een risico vormen.

Een van die risico’s is de samenstelling van de Nasdaq top 100 index. Die index bestaat voor ruim 40% uit slechts vijf  bedrijven (Apple, Microsoft, Amazon, Facebook en Google). Als we Comcast, Intel en Cisco er nog bij optellen, kunnen we stellen dat zeven bedrijven grofweg de helft van de belangrijkste 100 Nasdaq bedrijven vormen. Mocht het aandeel van een van deze bedrijven een flink probleem krijgen, dan drukt de koersdaling van dat aandeel onevenredig fors op de Nasdaq-indextrackers. Met verlies van vermogen tot gevolgen.

Daarbij halen Facebook en Google hun meeste geld uit reclame- en advertentie-inkomsten. Alle andere activiteiten leveren relatief weinig winst of draaien zelfs verlies. Kortom: het zijn bedrijven met maar één noemenswaardige inkomstenbron. Datzelfde geldt in mindere mate voor Apple. De hoge koers is voor een belangrijk deel afhankelijk van het succes van de volgende mobiele telefoon en vergelijkbare hardware. Bij mobieltjesmaker van het Zuid Koreaanse conglomeraat Samsung, was er vorig jaar óók een dergelijke afhankelijkheid. Één probleem met de batterij bezorgde het bedrijf een miljardenstrop. Nasdaq-aandeel Microsoft heeft weliswaar meerdere inkomstenbronnen. Toch is de softwaremaker er op gebrand om de anderen grootmachten de weg af te sluiten naar de ontwikkeling van diensten in de cloud.

Een derde risico voor beleggers in tech-index is de schaalgrootte van de Big Five. Daar weet Microsoft alles van. Want het softwarebedrijf werd ooit door de Europese Commissie gedwongen om maatregelen te nemen tegen de marktdominantie. Dit zelfde lijkt te gebeuren met Google en Facebook. Politici vragen zich hardop af of deze Amerikaanse bedrijven té dominant zijn geworden in de distributie van relevant nieuws en maatschappelijk debat. Meer dan 75% van alle reclamegelden die op internet worden uitgegeven, verdwijnt naar deze bedrijven. Intussen wijzen veel signalen er op dat de Europese Commissie hier iets aan wil doen. Ook de politiek is dus een risico dat enkele van Nasdaq-reuzen lopen.

Het moge duidelijk zijn dat het simpelweg volgen van de Nasdaq middels een indextracker aantrekkelijk goedkoop kan zijn. Maar een actievere bemoeienis door de beleggingsportefeuille te laten beheren en beschermen door experts voorkomt dat indexbeleggen in tech-aandelen duurkoop wordt.


Vermogensbeheerder Ostrica is gespecialiseerd in de combinatie van veilig beleggen met een bovengemiddeld rendement. Ons team zit  klaar om vrijblijvend uw vragen te beantwoorden of een afspraak te maken. Bel op 020-5408300 of klik op contact voor het sturen van een email met uw vragen en opmerkingen. Ook kunt u een second opinion vragen voor een risico-analyse van uw huidige beleggingen, de beleggingsstrategie van uw vermogensbeheerder of de beleggingsfondsen waarin u uw geld heeft belegd.

Geplaatst door Ostrica

One Comment

  1. […] op 10 maart op één oor lagen, knapte de zeepbel op Wall Street. Indexvolgers van techindex Nasdaq hadden in de dagen weken en maanden daarna, het nakijken. Die benchmarkt daalde van ruim 5100 naar […]

    Like

    Beantwoorden

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s