De kans is groot dat u dit leest vanaf het scherm van uw mobiel, tablet of computer. En dat uw apparaat op internet is aangesloten. U maakt dus gebruik van producten en diensten van bedrijven in de techsector. 

Veel van deze bedrijven staan aan de beurs genoteerd; daar kunt u dus in beleggen. Maar de koersen van de aandelen en de prijs van de bedrijfsleningen van die ondernemingen, zijn de laatste maanden fors opgelopen. Tot afgelopen weekeinde: de koersen van de tech-aandelen kregen namelijk flinke klappen. Wat de trigger is geweest die de glijvlucht in heeft gezet, wordt natuurlijk nooit helemaal duidelijk. Die is voor beleggers nooit te achterhalen en dus een risico dat niet exact kan worden voorspeld.

Wat wél duidelijk is, is de hoge waardering van de techaandelen. Kenners voorspellen voor de bedrijven van veel beursgenoteerde aandelen weliswaar mooie winsten. Maar daar staat tegenover dat de koersen daarop vooruitlopend, al zijn opgelopen. De grote vraag is of de toekomstige winstgroei in verhouding is met de huidige aandelenkoersen.

Historisch gezien zijn de koers-winstverhoudingen namelijk aanbeland op het niveau van het begin van deze eeuw.

Beleggers waren toen in de ban van de dot.com-economie. Alles zou anders worden en dus moest en zou iedereen aandelen hebben in techbedrijven. Daarmee was een techbubble in de maak. Beleggers die de eerste maanden van 2000 hun aandelen verkochten, konden nog wat van hun winst verzilveren. Maar toen Nederlandse beleggers op 10 maart op één oor lagen, knapte de zeepbel op Wall Street. Indexvolgers van techindex Nasdaq hadden in de dagen weken en maanden daarna, het nakijken. Die benchmarkt daalde van ruim 5100 naar uiteindelijk iets meer dan 1000 punten; een vermogensverlies van maar liefst 70%.

De eerlijkheid gebied te zeggen dat vandaag de dag niet alle indicatoren op rood staan. Maar de verschillen met 2000 zijn ook weer niet zó groot, dat beleggers de vergelijking moeten negeren. Zeker niet als men de grootste aandelen (Google, Microsoft, Apple, Facebook en Amazon) niet meerekent. Het rendement van deze onthoofde Nasdaq-index is dan beduidend minder.

Daarmee wordt het grote probleem van indexbeleggers helder: actief kijken naar waar een index of benchmarkt uit opgebouwd is, zorgt dat dit soort risico’s door vermogensbeheerders zichtbaar worden gemaakt. De massa die passief trackers op de techbeurs Nasdaq volgt, mist die informatie. De kans dat deze beleggers zich niet beschermen tegen deze risico’s is dan ook groot.


Vermogensbeheerder Ostrica is ruim twintig jaar actief op de Nederlandse markt en is gespecialiseerd in de combinatie van veilig beleggen met een bovengemiddeld rendement. Ons team zit  klaar om vrijblijvend uw vragen te beantwoorden of een afspraak te maken. Bel op 020-5408300 of klik op contact voor het sturen van een email met uw vragen en opmerkingen. Ook kunt u een second opinion vragen voor een risico-analyse van uw huidige beleggingen, de beleggingsstrategie van uw vermogensbeheerder of de beleggingsfondsen waarin u uw geld heeft belegd.

Geplaatst door Ostrica

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s